De werking

De werking van ons gepatenteerd en schaalbaar DFS-systeem in een overzicht.

Het bewerkingsproces bestaat uit deze stappen:

  1. Sproeien roosters in de stal=> minder ammoniak, beter stalklimaat, gezondere dieren
  2. Dagdagelijkse afvoer drijfmest uit de stal => minder ammoniak, beter stalklimaat, gezondere dieren
  3. Scheiding in dikke en dunne fractie => hergebruik nutriënten, minder ammoniak en methaan
  4. Biologische afbraak dunne fractie => restproducten effluent en stikstofgas (N2)
  5. Eindfiltratie afhankelijk van eindgebruik => voldoet aan lozingseisen waterschappen

Vanuit de installatie kan het water volgens de regelgeving geloosd worden op het oppervlaktewater.

Hoe werkt de mestinstallatie?

De test-installatie is gebouwd bij een varkensboerderij waar Dutch Farmer Solutions de afgelopen jaren de ervaringen heeft opgedaan. Daarna heeft DFS zelfstandig het gepatenteerde en schaalbare Depur systeem ontwikkeld.

Brongerichte emissiereductie
Met het zelf geproduceerde loosbare water worden de roosters besproeid en de drijfmest uit de mestkelder verdund en dagelijks afgevoerd. Deze bronmaatregel voorkomt de vorming van ammoniak, methaan en fijnstof en reduceert bovendien de geur.

Directe mestscheiding
Meteen na het verwijderen van de drijfmest uit de stal wordt deze mechanisch gescheiden in een dikke en dunne fractie. Deze snelle scheiding draagt bij aan de reductie van methaanemissie. De dikke fractie bevat het grootste deel van het fosfaat en kan worden afgevoerd voor verdere verwerking of voor bemesting worden aangewend. De dunne fractie met daarin vooral stikstof en kalium, wordt op de boerderij bewerkt tot loosbaar water middels de biologische bewerking en de eindfiltratie.

Biologische bewerking dunne fractie
In de biologie vindt denitrificatie-nitrificatie plaats met behulp van bacteriologische processen. De in de dunne fractie aanwezig ammoniumstikstof wordt daarbij omgezet tot inert stikstofgas (N2) wat geheel circulair aan de atmosfeer kan worden teruggegeven.

Eindfiltratie
Na de biologie bevat de dunne fractie vooral nog kaliumzouten. Deze worden in een serie filtratiestappen, eindigend in ultrafiltratie en omgekeerde osmose, verwijderd. Het kaliumconcentraat kan aangewend worden voor bemesting of geloosd op het riool. Het effluent wat overblijft is water dat deels gerecirculeerd wordt naar de stal voor mestverdunning en dagontmesting. Water wat overblijft kan worden ingezet voor irrigatie of worden geloosd op het oppervlaktewater.